In een lezing voor de Fryske Akademy over vrouwen in de literatuur betoogde ik dat het vreemd is dat onze geschiedenis vooral over mannen vertelt, alsof vrouwen louter sierlijke franje waren en hun mond niet opendeden, niet gewoon aan tafel zaten toen de wereld werd uitgevonden. Alsof zij geen denkers waren of (samen met hun man) tot uitvindingen kwamen.